Karmelietessen Antwerpen

Op 6 NOVEMBER 1612 nam Moeder Anna van Sint-Bartholomeüs, een naaste medewerkster en vertrouwelinge van Teresa van Avila, haar intrek in een huis in de Sint-Jacobsparochie te Antwerpen samen met drie medezusters.

 We lezen over deze stichting in haar autobiografie: "In dat jaar besloot men tot de stichting van Antwerpen. Ik dacht er niet aan dat men mij zou bevelen te komen, want ik geloofde dat men dat zou vragen aan anderen meer bekwaam dan ik. Op een dag - nadat ik wist dat het de wil van de gehoorzaamheid was - heb ik het aanbevolen aan God. (...) Ik ging te communie en nadat ik de Heer ontvangen had, keerde ik mij in: Zijne Majesteit troostte mij, zoals bij andere gelegenheden. (...) Ik heb zorgen noch last gehad, want God leidde mij in waarheid met zoveel vertrouwen en zekerheid dat Zijne Majesteit zorg droeg voor dit klooster. Sinds ik hier gekomen ben, heeft de Heer op een bijzondere wijze van deze Godsliefde en naastenliefde gebruik gemaakt. Ik voel me bijna steeds in Zijn tegenwoordigheid. Soms ben ik aangetrokken tot de naastenliefde en het goed van de naaste; andere malen in het verlangen naar het heil van de zielen en de ijver voor de Kerk." (blz. 177 - 178 en 183)icoon, 1999
 zr. Juliette Christiaens, miss. van AfrikaDe dag van hun aankomst werd het Heilig Sacrament geplaatst en de eerste H Mis opgedragen. Dit betekent het begin van een nieuwe Karmelstichting. Op 29 oktober was zij reeds te Antwerpen gekomen bij Inigo de Borja, kapitein van de citadel te Antwerpen. Op 21 november van ditzelfde jaar had reeds de inkleding plaats van de eerste novice. De zusters bleven er tot in 1615 en ondertussen legden er zeven religieuzen van verschillende nationaliteit er hun geloften af.

In 1615 werd de grond gekocht op de ROSIER waar enkele kleine huizen stonden met een boomgaard. Moeder Anna zei toen ze deze plaats zag: “Het is hier, dat de zang der vogelen onze geest tot ingetogenheid zal brengen.”De oorspronkelijke akten, waarbij in 1615 toestemming verleend werd voor het oprichten van het nieuwe klooster op de ROSIER door de Aartshertogen, de Bisschop en de Stad, berusten in het kloosterarchief.

15 AUGUSTUS 1615: De aartshertogen Albrecht en Isabella legden de eerste steen van de primitieve en kleine Karmelkerk van Antwerpen op 15 augustus 1615. Onder deze steen plaatsten zij twee zilveren gedenkstukken. De grootste van deze droeg het volgende opschrift in het Latijn:

“Albertus en Isabella, door de gratie Gods,
Infanten van Spanje, aartshertogen van Oostenrijk,
hertogen van Bourgondië, van Brabant,
Graven van Vlaanderen en Holland;
deze godsvruchtige en gelukkige vorsten hebben,
met eigen handen,de eerste steen gelegd ten jare 1615”Aan de keerzijde staat een kerkgevel met dit opschrift:“Toegewijd aan de gelukzalige Teresia,moeder der Karmelietessen.” 
Op de andere medaille staat op de ene zijde de beeldenaar van de aartshertog Albrecht en op de keerzijde deze van de Infante Isabella.Er moet nochtans opgemerkt worden, dat uit de akten van het klooster blijkt dat kerk en klooster tegelijkertijd aan de ondertussen zaligverklaarde Teresia van Jezus (Avila) toegewijd is én aan de H. Jozef. Op 24 april 1614 werd Teresia zalig verklaard.7 JUNI 1626 sterft Moeder Anna van Sint-Bartholomeüs in haar klooster te Antwerpen. Het is Zondag – Feest van de Heilige Drieëenheid.Rechts: Anna van St Bartholomeüs door de bekende expressionistische schilder Servaes (1883 - 1966). Er waren toen  goede contacten met de kunstenaar.De vinger van Anna is ongeschonden gebleven en wordt bewaard in de Karmel van Antwerpen.

Na het optrekken van de eerste kloostervleugels vanaf 1615, waaronder de ‘vleugel van de Infante’ gebeurde de eerste steenlegging van de huidige kerk in 1636 door de Kardinaal Infant Ferdinand; in 1639 was de kerk klaar.De datum 1640-1645 op de makelaar van de SLOTPOORT verwijst naar de bouw van deze vleugel die aansluit bij de kerk, en waarin de spreek- en ontvangstruimte zijn ondergebracht.Hierna werd de bouw van de straatvleugel aangevat, waarvan de gevel aan de straatzijde, samen met de bouw van ‘le quartier de dehors avec le frontespice du couvent’ dateren van 1653Hier symboliseert de imposante, blinde lijstgevel met zijn barokke toegangspoort de geslotenheid van dit monasterium, hoewel het stadsbestuur bij de stichtingstoelating in 1615 uitdrukkelijk vereist had geen blinde straatgevel te bouwen. De vergelijking kan gemaakt worden met de gevel (met vensters) van het nabijgelegen Kartuizersklooster in de St. Rochusstraat, waarmee nauwe relaties bestonden en dat dateert uit dezelfde periode.