Skip to content

Karmelietessen Moerzeke

Geschiedenis

Het slotklooster van de ongeschoeide karmelitessen werd in 1974-1976 gebouwd voor zusters die aanvankelijk afkomstig waren van het klooster van ongeschoeide karmelitessen aan de Franz Courtensstraat te Dendermonde. De kloostergebouwen in Dendermonder werden namelijk na onteigening grotendeels gesloopt.

Het nieuwe klooster werd geïsoleerd van andere bebouwing ingeplant, binnen een landelijke omgeving en vlakbij het kasteelpark van het voormalige kasteel van Moerzeke met grafkapel van Priester Poppe. Architect Luc Van den Broeck en ingenieur architect Octaaf van Severen kozen voor een moderne kloosterarchitectuur. Typisch voor het klooster te Moerzeke zijn de lessenaarsdaken en halve puntgevels, zij zorgen voor het dynamische en originele karakter, passend binnen zijn landelijke omgeving. De aanleg volgt niet het traditionele kloosterconcept met gesloten binnentuin maar omvat een lange hoofdvleugel met haakse gedeelten waaronder de vooruitspringende kloosterkerk. Er is een slanke, opengewerkte campanile met schuine afdekking achter de kloosterkerk aanwezig, toegewijd aan het H. Hart van Jezus in navolging van het vroegere klooster te Dendermonde. Naar verluid zouden de 6 glas-in-loodramen van de kerk eind de 20ste eeuw gerecupereerd zijn uit een opgeheven kapel in Antwerpen. Zij hebben als thema "aanroepingen uit de Litanie van Maria" en zijn voorzien van de namen van de schenkers uit 1979, 1980 of 1981.

Bezieling en dagritme

Vanuit die innerlijke bezieling krijgt het leven zijn zin en betekenis. Elisabeth van Dijon (de Drie-eenheid) verwoordt het zo treffend:

Het leven van een karmelietes is één communie van de morgen tot de avond en van de avond tot de morgen."

Een vast ritme kenmerkt het leven van een Karmelgemeenschap. Gebedstijden en werk, momenten van eenzaamheid en van samenzijn wisselen mekaar af en vormen het kader waarin elke zuster het centrale voorschrift van de Regel beleeft: "dag en nacht de Wet des Heren overwegen en waken in gebed".

Een nieuwe dag ontwaakt. Lage mistbanken hangen over beemd en veld alsof ze iets van de geheimenis van de nacht nog even willen vasthouden. In de Karmeltuin wekt de merel met een lange fluittoon heel het vogelvolkje dat weldra opgaat in één melodieus concert. Half zes, opstaan! Geloofd zij Jezus Christus en de Allerheiligste maagd Maria, Zijn Moeder. Naar het gebed zusters, om de Heer te loven! Elke nieuwe dag wordt als een geschenk uit Gods hand aanvaard

Als het klokje klept komen de zusters naar de bidplaats waar de Heer op hen wacht. Het Angelus wordt geluid. Het geheim van de Menswording, het grootste gebeuren van alle tijden wordt biddend uitgezegd en overwogen:

De engel van de Heer heeft aan Maria de boodschap gebracht; en zij heeft ontvangen van de heilige Geest. - Zie de dienstmaagd van de Heer; mij geschiede naar uw woord. - En het Woord is mens geworden; en heeft onder ons gewoond."

Om zes uur vangen de Lauden aan. De psalmmelodieën zijn eenvoudig en gedragen op een rustig ritme. Zo blijft de aandacht vrij om deel te kunnen nemen aan het psalmgebed dat Christus met en door zijn Kerk tot de Vader richt tot eer van God en tot heil van heel de wereld.
Om 6.45 u komen de zusters samen in de bidplaats voor een uur stil, inwendig gebed, onder leiding van de H. Geest. Haar inkeer wordt een gelovige en minnende toekeer naar Jezus. Het herhalen van de Onze-Vader-woorden, een psalmvers, een blik op de gekruisigde Jezus of een kort aspiratief gebed zijn kostbare middelen om de liefdevolle aandacht voor de Heer te ondersteunen. Zich inkeren naar Hem betekent dan: blik en liefde wederzijds maken. In die sfeer van aanwezigheid-in-geloof leert Teresia van Avila haar volgelingen met de Heer spreken.

Het hoogtepunt van het gebedsleven is de Eucharistieviering. Hier mondt het eigen gebed en dat van heel de gemeenschap uit in het hogepriesterlijk gebed van de Heer Jezus zelf. Hier stromen de grote en kleine vreugden en pijnen van elke dag binnen in de oceaan van Gods minnend Hart. "Wat zouden wij meer kunnen verlangen, mijn zusters. In de communie ontmoeten wij Jezus even werkelijk als toen hij nog op de wereld was. Laat zo'n gunstige gelegenheid niet voorbijgaan, maar bespreek met Hem al Zijn en uw belangen" zo leert ons Teresia.

Werktijd. Het is omstreeks 8.45 u. De zusters zijn ingeschakeld in het huishoudelijk werk of verrichten een of andere taak. In de liefde en in al wat uit uit liefde gebeurt werkt God mee. Hij is het die bekeert en de harten van de mensen raakt en verlicht. Dit is het ideaal van de contemplatieve actie: zelf opgenomen zijn in Gods liefde, zodat de Heer leeft in al het menselijk doen en laten; zelf aangetrokken zijn door de Vader en weten dat men de zielen meetrekt en dat zelfs de meest schamele daad of uiterlijk schijnbare mislukking vruchten draagt. "Een weinig van deze zuivere liefde is kostbaarder voor hem en voor de ziel en van groter voordeel voor de Kerk dan al die andere werken tezamen," schrijft Jan van het Kruis over de in God omgevormde ziel.

In de voormiddag is er elke dag een uur les in het noviciaat, waar de jonge zusters ingewijd worden in de spiritualiteit en geschiedenis van de Orde, maar vooral in het gebedsleven. Daarnaast komt ook de liturgische en bijbelse vorming en andere lessen.
Om 11 uur onderbreekt elke zuster haar werk om in de stilte van haar kloostercel een half uur te besteden aan geestelijke lezing. De priorin zorgt ervoor goede boeken ter beschikking te stellen van de zusters. De liefde is nieuwsgierig om Diegene te kennen die ze bemint. Daarom is goede lectuur belangrijk en even noodzakelijk als de spijs voor het lichaam.
Vervolgens zingen de zusters de sext. In de psalmen zien we een neerslag van alle menselijke gevoelens en ervaringen: van de diepste droefheid tot de hoogste vreugde. Daarom zijn ze tijdloos. Daarna wordt in een gemeenschappelijke refter de maaltijd genomen, terwijl men luistert naar een of andere voorlezing uit de H. Schrift of een geestelijk boek.

Tenslotte is het recreatie. In haar "Weg van de volmaaktheid" drukt Teresia van Jezus het vurig verlangen uit dat haar zusters een echte liefdesgemeenschap zouden vormen. Daarom heeft ze, naast het alleen zijn, ook een gemeenschapsleven gewild voor haar stichtingen: gezamenlijk koorgebed, gemeenschappelijke maaltijden en typisch Teresiaans : twee recreatietijden waarin iedereen aanwezig is. Gebed en werk, eenzaamheid en gemeenschap, geestelijke spanning en ontspanning houden mekaar in evenwicht.

Tijdens die recreatieve momenten krijgt men de kans om mekaars eigenheid in zusterlijke genegenheid te eerbiedigen. In dit klimaat kan men zich vrij uitleven, om daarna weer in stilte met meer liefde en blijheid de Heer en de anderen te dienen. Tot een diepere eenheid gebracht in Christus en bewogen door de Geest, loven we nu weer allen samen, één van hart, de Vader tijdens de noon - tot heil van heel de mensheid.

Door Maria tot Moeder en Patrones te kiezen, stelt de Orde zich onder haar bescherming en neemt ze het mysterie van haar leven en haar vereniging met Christus als toonbeeld en ideaal van de eigen toewijding." (Constituties) Maria is het levende symbool van de vereniging met God en van de beschikbaarheid die Hij daartoe vraagt. Nog meer dan Elia is Maria een volledige verwezenlijking van het levensideaal van een karmelietes. Er is een geestelijke verwantschap met haar

Om 15u bidt elke zuster het kruisgebed. Ze herdenkt het uur waarop Jezus gestorven is, ze bidt opdat Zijn dood nieuw leven zou betekenen voor zoveel mensen die van Hem verwijderd zijn. Het gebed, verenigd met het gebed van Jezus, is het apostolaat van de contemplatieve. In de namiddag is er weer werktijd. De arbeid wordt geïntegreerd in het gebedsleven.

Broeder Laurent, karmeliet uit de 17 de eeuw, is hierin een voorbeeld. Hij moedigt aan: "Een kleine verheffing van het hart volstaat, een korte herinnering aan God, even Hem in je hart aanbidden. Hoe kort deze gebedjes ook zijn, ze zijn Hem zeer welgevallig."

Soms is een zuster niet ingeschakeld in de werkzaamheden. Immers, eenmaal per jaar, gedurende 10 dagen, trekt ze zich terug in de kluis om er in eenzaamheid en afzondering te bidden. Het is ook een tijd waarin de schoonheid van de natuur haar helpt om de Heer te loven en te prijzen.

Tijdens de daaropvolgende avondgetijden bidden de zusters in naam van heel de Kerk. Daarop volgt een uur stil gebed. De zuster zoekt in liefde naar de nabijheid van de Heer in haar hart. Een beeld of prentje kan hierbij een goed hulpmiddel zijn. Na een tijd gaan de woorden van gebed meer en meer over in momenten van levende stilte, in een minnend aanwezig zijn. Jezus roept ons om biddend in Hem te blijven. Vanuit die stille dialoog met Hem groeit een houding van liefdevolle overgave.

Na het Angelus wordt elke zaterdag het Salve Regina gezongen ter ere van Maria. Met Maria, de Moeder van Jezus, die alles in haar hart bewaarde en bij zichzelf overwoog, voelt elke zuster zich verwant. Dagelijks overweegt ze in het rozenkransgebed, samen met Maria, ook de mysteries van Jezus' leven.

Het avondmaal wordt gevolgd door een tweede recreatietijd. De zusterlijke geest moet op bijzondere wijze uitstralen in wederzijds vertrouwen tussen jong en oud.

Dit gebeurt ook in liefde en bezorgdheid ten overstaan van zieke en zwakke medezusters. We omringen hen met attenties en liefdevolle zorgen

Na de avondrecreatie is het tijd voor het lezingenofficie. De psalmen worden gevolgd door twee lezingen: een bijbellezing en een andere geestelijke lezing van een kerkvader, theoloog of een heilige.

De zon gaat onder... Een vredige rust daalt neer over het klooster. Elke zuster heeft nu de gelegenheid om in eenzaamheid en stilte een religieus boek te lezen, handwerk te verrichten of gewoon bij de Heer te verwijlen.

Edward Poppe

Moerzeke is tot ver over de grenzen van ons land bekend om zijn stille priesterfiguur Edward Poppe, die onlangs zalig verklaard werd. Hier heeft hij geleefd, gewerkt en geleden, vooral tot heiliging van de priesters. Was het niet zijn droom ooit in Moerzeke een Karmel te zien waar de zusters biddend zouden leven voor diezelfde intentie ?

Deze karmel is toegewijd aan Sint Jozef. De Orde heeft altijd een zekere verwantschap aangevoeld tussen haar ideaal en het leven van die heilige man, die zijn leven zo stil en verborgen, zo dicht bij Jezus en Maria, doorbracht. Naast Sint Jozef is ook Teresia van Avila de patroonheilige, opdat zij erover zou waken dat haar geest hier blijft leven, een geest van liefde tot het gebed en de beschouwing, van minnende toekeer tot Jezus en Maria, van kerkelijke, apostolische bezieling en van meevoelen met de nood van de mensen

Contact

Zusters karmelietessen
Kasteellaan 23
9220 Moerzeke

Tel: 052 47 01 64
Email: karmel.moerzeke@skynet.be