Skip to content
Homilie

Homilie Pater Roeland Van Meerssche 23 februari 2025 : 7de zondag door het Jaar C

Doe iets verrassends, iets wat die duivelse kring van het geweld doorbreekt.

Homilie Pater Roeland Van Meerssche 23 februari 2025 : 7de zondag door het Jaar C

Misschien is de meest radicale uitspraak die Jezus ooit gedaan heeft wel deze: “Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is”. Wanneer Jezus spreekt over de barmhartigheid van zijn Vader is dat niet alleen om ons te tonen hoezeer God met ons begaan is. Er ligt in deze woorden vooral een uitnodiging om te worden als God, door elke medemens dezelfde barmhartigheid te betonen die Hij ons toont. 

Dat is onze roeping als christen. We zijn erfgenamen van de hemelse Vader. Als kind en erfgenaam volgen wij dan ook Jezus na en dat betekent dat zijn gezindheid geleidelijkaan de onze wordt. Omdat wij van God zijn, die ons onvoorwaardelijk liefheeft, kunnen wij leven zoals Hij geleefd heeft. Dat is de grote bekering waartoe de Heer ons oproept: onszelf loslaten om van Hem te zijn. 

En daarvoor heeft Jezus gebeden. Daarvoor heeft Hij ons vervuld met zijn H. Geest opdat wij zouden kunnen lief- hebben zoals Hij; goed zijn zoals Hij; kunnen vergeven zoals Hij ons vergeeft. 

Het evangelie zegt het ons heel duidelijk:”Heb uw vijanden lief; doe goed zoals God goed is; wees barmhartig”. Dat is de kern van het evangelie. Jezus roept ons op om elke mens, wie hij of zij ook is, te beminnen met de liefde die in ons hart is uitgestort door de H. Geest. En echte liefde is radicaal; zij omsluit zelfs de grootste vijand. 
 
Maar om dat te kunnen wordt van ons gevraagd dat we regelmatig de Heer ontmoeten in gebed en sacramenten. “Los van mij kunt ge niets” zegt Jezus. Dat we kijken naar Jezus: zijn houding tegenover de Vader; zijn houding tegenover alle mensen die naar Hem toekwamen. Jezus voelde zich ten diepste door God aanvaard én bemind en daarom kon Hij zelf ook grenzeloos en onvoorwaardelijk liefhebben. Hij had mogen ervaren hoe de liefde van zijn Vader heel zijn hart met tederheid vulde en kon daarom ook zelf warmhartig zijn, tot aan het kruis. 

Maar: ‘ik ben Jezus niet’, zullen we zeggen. En we hebben gelijk: wij zijn Jezus niet! Maar omdat wij dezelfde Vader hebben, kunnen we het wel worden. 

In het midden van dit evangelie staat er een woordje, onopvallend, maar heel belangrijk: “Doe wel”. Het gaat dus niet op de eerste plaats om gevoelens van liefde voor onze vijanden, maar om daden. Doe iets, zegt Jezus. Doe iets verrassends, iets wat die duivelse kring van het geweld doorbreekt. Zet een stap als je met iemand in conflict bent. Steek een verzoenende hand uit. Wees creatief in het goede, zegt Jezus. 

Door steeds te vergeven gaan we meer en meer op Jezus gelijken. Van harte vergeven kan heel moeilijk zijn. We stellen nog zo vaak voorwaarden en de ander moet dan maar de eerste stap zetten. Gods vergeving is onvoorwaardelijk. Ze komt voort uit een hart dat niets voor zichzelf vraagt. Deze goddelijke vergeving moeten we proberen in ons dagelijks leven in praktijk te brengen. Dat betekent dat we dikwijls over een muur moeten klimmen van gevoelens. Maar als we over die muur heenstappen bereiken we het hart van de Vader en bereiken we de naaste met een echte barmhartige liefde. 

De eucharistie die we nu gaan vieren is het meest duidelijke teken van Gods liefde. En God zelf zal van ons sacramenten van liefde maken. Hij stelt ons in staat om te vergeven, zoals wijzelf vergeving mochten ontvangen. Die vergeving mogen we dan aan anderen geven volgens de maat die de Vader voor ons gebruikt heeft: een boordevolle, overlopende maat. 

P. Roeland